Al Die Willen Te Kaap’ren
Varen
Komt voor in het liedboek Chants populair des Flamands
de France van De Coussemaker
(1856). De schrijver leerde het lied
naar alle waarschijnlijkheid in Duinkerken kennen.
Al die willen te kaap'ren
varen,
Moeten mannen met
baarden zijn.
Refrein:
Jan, Pier, Tjores en
Corneel,
Die hebben baarden, die hebben baarden.
Jan, Pier, Tjores en
Corneel,
Die hebben baarden, zij
varen mee!
Al die ranzige tweebak lusten,
Moeten mannen met
baarden zijn.
Refrein
Al die deftige pijpkens smoren,
Moeten mannen met
baarden zijn.
Refrein
Al die met ons de walrus killen,
Moeten mannen met
baarden zijn.
Refrein
Al die dood en de duivel niet duchten,
Moeten mannen met
baarden zijn.
Refrein