Rumor di Mare
bestaat 15 jaar en
vierde dat op 16 mei 2009
Op zaterdag 16 mei
2009 vierde zeemanskoor Rumor di Mare op de Leidse Burchtheuvel zijn
vijftienjarig bestaan met een festival rondom en op de Burcht in Leiden.
Eerst maar de gracht in
De gastkoren mochten
eerst beurtelings een rondje door de Leidse grachten varen. Leuk voor die
mensen die een verre reis voor ons hadden gemaakt, maar ook leuk voor de
promotie van onze festiviteiten op de Burchtheuvel die middag.

Gedurende het rondje door
de Leidse grachten hebben Paddy’s Passion, Armstrong’s Patent
en De Kaapstanders een enthousiasme zangprestatie geleverd die ‘s middags
zeker invloed moet hebben gehad op de enorme opkomst van toeschouwers op het
Burchtplein en de Burchtheuvel. Ondanks een enkele bui regen stond het plein
tijdens de gastoptredens binnen de kortste keren bomvol met publiek.

De Kaapstanders

Armstrong’s Patent

Paddy’s Passion
En dan de optredens op
de Burchtheuvel. Dat was fantastisch. Wat een toplocatie. Wat waren er veel
mensen, wat was iedereen enthousiast. Hulde aan de koren, maar ook aan onze
gelegenheidsspreekstalmeester Egon Snelders:

En
natuurlijk aan onze geluidstechnicus Michel Zandbergen (The Sixth Cave Audio Productions in Leiden):

Het
enthousiaste publiek genoot van het optreden van de koren.






De zingende wethouder
Leidens
wethouder van Cultuur, Werk en Inkomen nam onze nieuwe cd in ontvangst. Nou ja
in ontvangst. Daarmee doe je hem te kort.

Jan-Jaap de Haan nam
onze show ongeveer over. Met verve en talent pakte hij de rol van voorzanger en
zong een overtuigende partij zeemansleed mee. Hulde! Er werd gefluisterd dat
hij maar lid van Rumor moest worden mocht hij een volgende ronde als wethouder
buiten de boot vallen.”Dat nette leren we hem wel af. Binnen de kortste
keren zingt hij met een stem vol whisky, zware shag en heimwee en doet hij die
stropdas af”.

Daarna dachten wij
even soepel te laten horen waarom het publiek heel veel exemplaren van onze
nieuwe cd moest afnemen. Kost vrijwel niks en je hebt het jaar rond voor al je
familie, vrienden en relaties Een Ramp te Leyden in
petto. Waar het precies mis ging weet ik niet meer. Maar volgens mij zongen we
tot de Coast of High Barbaree de voegen uit de muren
en hebben we weer eens laten horen waarom wij dat koor zijn dat overal prijzen wegsleept.
Totdat het geluid het begaf. De hele Burchtheuvel met alles erop en eraan hing
aan één stopcontact, werd beweerd. Een Tweede Ramp in Leyden
zogezegd.



Na wat pauzenummers
die min of meer slaagden, hebben we in een ferme
‘’geluidloze’’ poging de laatste cd-nummers eruit
geperst: Pick a bale of cotton en Quinze marin. De balen katoen gingen nog redelijk over het
voetlicht, maar de subtiele nuance die René Lignac in Quinze Marins weet te leggen, ging volgens mij jammerlijk
in de wind ten onder. Vond ik, mensen in het publiek vertelden dat het lied
zonder versterking ook heel goed uit de verf kwam. In ieder geval was het
publiek razend enthousiast en na afloop gingen de cd’s als warme broodjes
over de toonbank en wij aan de borrel.
Toen we weer gewoon
met koren en aanhang met z’n honderdentwintigen
onder elkaar in de Tuinzaal waren, hebben we er nog een lange en vooral heel
erg leuke avond van gemaakt. Wein, Weib und Gesang
deden hun werk en het was goed van eten en drinken.

Het Open Het Podium
schonk ons oud, nieuw en opmerkelijk talent. Er werden gelegenheidsduo’s
gevormd die gelegenheidsduetten zongen en gelegenheidspirouetten dansten.
Har Hendriks en Nanko
van Kampen speelden gitaar en de meisjes zongen mee: klasse!

Arie Beusekom kwam met zijn eenzaam varende klomp langs en Jack
Vlieland was de grote verrassing.
Hoe is het mogelijk
dat iemand na zo weinig oefening met die trekzak het publiek plat krijgt? Dat
is nou talent voor performance, om het maar eens in scheepsjargon te zeggen.

Natuurlijk was daar
Jan Marten deVries’s onvolprezen Schubert met
een smartrijke Buskruytramp van Frank Braakman en
Jeroen Burggraaf op de cello.

Ook de Vlaamse Meisjes
kwamen aan bod ‘’Zo rond van voren’’. Wat mij betreft
was dat prachtig jeugdsentiment, want ik heb het lied nog in mijn dienstijd
geleerd.



Met dank aan Kees Meijer
voor tekst en foto’s